Onderaanneming: zijn uw overeenkomsten juridisch up-to-date?

Niet-gecategoriseerd

Een onderaannemingsovereenkomst regelt niet alleen de commerciële aspecten van de samenwerking. Ze moet ook rekening houden met belangrijke sociaalrechtelijke regels.

Drie concrete voorbeelden:

1. Welke instructies mag u rechtstreeks aan de werknemers van uw onderaannemer geven?

De Belgische wetgeving regelt dit strikt: instructies die de opdrachtgever aan het personeel van zijn onderaannemer mag geven en die verder gaan dan instructies inzake welzijn en veiligheid, moeten onder meer uitdrukkelijk en gedetailleerd in een schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd, zonder afbreuk te doen aan het gezag van de onderaannemer als werkgever.

De daadwerkelijke samenwerking moet bovendien overeenstemmen met de bepalingen van de overeenkomst.

Is dat niet het geval, dan bestaat het risico dat de samenwerking wordt aangemerkt als een verboden terbeschikkingstelling van werknemers.

In de praktijk stellen we nog regelmatig vast dat overeenkomsten op dit punt te algemeen zijn of niet langer aansluiten bij de operationele realiteit.

Een praktische oplossing kan erin bestaan een raamovereenkomst op te stellen, aangevuld met opdrachtfiches waarin de prestaties en de instructies die daadwerkelijk mogen worden gegeven, nader worden omschreven.

Wettelijke basis: artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende het ter beschikking stellen van werknemers.

2. Hoe ver mag de onderaannemingsketen gaan?

Sinds 1 januari 2025 gelden bijkomende regels, onder meer in de bouw-, verhuis- en vleessector.

In deze sectoren mag een onderaannemer de uitvoering van de overeenkomst die hij met zijn medecontractant heeft gesloten, niet langer volledig aan een andere onderaannemer toevertrouwen. Evenmin mag hij zich beperken tot de coördinatie van de uitvoering van de overeenkomst.

In bepaalde sectoren en voor bepaalde opdrachten kan de onderaannemingsketen bovendien tot drie niveaus worden beperkt.

Deze regels passen onder meer in het streven van de wetgever om fraude en sociale dumping te bestrijden en onderaannemingsketens transparanter te maken.

Wettelijke basis: artikelen 147 en 148 van de wet van 15 mei 2024 inzake onderaanneming.

3. Heeft uw onderaannemer schulden?

Voor bepaalde activiteiten, met name werken in onroerende staat en activiteiten in de vleessector, brengt het inschakelen van een onderaannemer ook controleverplichtingen en, in voorkomend geval, een inhoudingsplicht bij de betaling van facturen met zich mee.

Alvorens bepaalde betalingen uit te voeren, moet worden nagegaan of de medecontractant sociale of fiscale schulden heeft.

Bij dergelijke schulden moet een deel van het factuurbedrag worden ingehouden en rechtstreeks aan de bevoegde overheidsinstanties worden doorgestort.

Het niet naleven van deze verplichtingen kan onder meer leiden tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden van de medecontractant.

Wettelijke basis: onder meer de artikelen 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 betreffende de sociale zekerheid van werknemers en de overeenkomstige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

Uiteraard kunnen nog tal van andere juridische aspecten een rol spelen bij het organiseren van een onderaannemingsrelatie.


Deze voorbeelden illustreren eenzelfde tendens: onderaannemingsrelaties en -ketens worden steeds strikter juridisch omkaderd en nauwlettender gecontroleerd.

Een gecoördineerde aanpak van de verschillende commerciële, contractuele en sociaalrechtelijke aspecten biedt de basis voor solide en goed afgestemde overeenkomsten, die daadwerkelijk aansluiten bij de manier waarop de samenwerking in de praktijk is georganiseerd.

Ons kantoor beschikt ook over de nodige expertise om ondernemingen te begeleiden bij deze specifieke aspecten van hun onderaannemingsrelaties.

Heeft u vragen over de sociaalrechtelijke aspecten van onderaanneming of wilt u uw modelovereenkomsten laten herzien? Neem contact met ons op.

Bertrand Wittamer
Partner

Tanguy Gillain
Partner arbeidsrecht

Terug

Delen